Schisis

10-11-2013 22:36
3. WAT IS SCHISIS?

Met de term "schisis" wordt dus een aangeboren spleet in lip, kaak of gehemelte bedoeld. Deze spleet kan beperkt zijn tot de bovenlip, maar kan ook verder doorlopen in de bovenkaak en het gehemelte of in de neus. Ook een spleet alleen in het gehemelte komt voor. In dat geval is er niets aan het gezichtje te zien.

Meestal ligt de spleet net even naast het midden van het gelaat. Hij kan links liggen of rechts, maar ook tegelijkertijd links en rechts komt voor. Bij sommige kinderen ligt de spleet precies in het midden. Men kan eigenlijk niet zeggen, dat de ene vorm van de afwijking erger is dan de andere. U zult als ouders eerst geneigd zijn de uiterlijke vorm te beoordelen. Maar belangrijker is hoe het kind later zal uitgroeien en zich zal ontwikkelen. Het valt niet te voorspellen hoe de resultaten van de behandeling uiteindelijk zullen zijn.

Ongeveer 1 à 2 op de 1000 baby's heeft een schisis. In de meeste gevallen is de oorzaak niet duidelijk. Schisis kan ontstaan door een combinatie van aanlegfactoren en stoornissen van buitenaf in de zwangerschap tussen 6 en 12 weken. De oorzaken van schisis kunnen in drie groepen worden ingedeeld:

1. Een oorzaak uit de zwangerschap

Tot in de 6e à 9e zwangerschapsweek bestaat er bij iedereen een dubbelzijdige lip- kaakspleet en tot de 9e à 12e week een gehemeltespleet. Normaal groeien de verschillende delen naar elkaar toe en versmelten.Als dit proces niet of onvolledig plaatsvindt, zullen er spleten blijven bestaan.

 

verhemelte ml10a Aan het begin van de zwangerschap bestaat een bovenkaak in aanleg uit drie delen: er zijn twee delen aan de zijkant en er is een middendeel.
 
De normale ontwikkeling van de neus met de bovenlip en kaak vindt plaats tussen de 6e en 9e zwangerschapsweek. De verschillende delen die de bovenlip en kaak gaan vormen groeien naar elkaar toe van achteren naar voren en versmelten. verhemelte ml10a2
 
De normale ontwikkeling van het gehemelte begint pas als de bovenlip en kaak versmolten zijn, dus na de 9e zwangerschapsweek. Eerst groeien de onderdelen verder uit en vervolgens versmelten ze van voren naar achteren in de 10e - 12e week.
verhemelte ml10b verhemelte ml11c
verhemelte ml11d
 
   
 
 
Een animatie  laat de normale verhemelte-ontwikkeling nog eens zien 
 
 
verhemelte ml11e verhemelte ml11f
Als de versmelting van de bovenlip en kaak niet zoals gebruikelijk heeft plaatsgevonden, dan blijft er na 9 weken zwangerschap een spleet van lip en bovenkaak bestaan.
 
verhemelte ml12g Het gehemelte kan zich daarna nog normaal ontwikkelen.
 
 
Het niet sluiten van de spleet in lip en bovenkaak kan ook gevolgd worden door het niet sluiten van het gehemelte.

De spleet is dan veel breder en langer:

verhemelte ml12h verhemelte ml12i
verhemelte ml12j verhemelte ml12k
   
  
 
Een animatie laat de ontwikkeling van een verhemeltespleet nog eens zien 
 
 

 

embryo 01 embryo 02 embryo 03 embryo 04
Deze tekeningen geven een indruk van de ontwikkeling van het aangezicht. Let op de vroege aanwezigheid van een dubbelzijdige lip/kaakspleet! Deze groeit, samen met de verhemeltespleten, bij een normale ontwikkeling gewoon dicht.

 

2. Een erfelijke oorzaak

Hieronder verstaan we een stoornis in de aanleg van het kind zelf, d.w.z.:

  • de stoornis is ontstaan op het moment van de bevruchting. Iets dergelijks treedt bijvoorbeeld op bij een chromosomenafwijking, d.w.z. een afwijking in het erfelijkheidsmateriaal. Meestal zijn er dan behalve een schisis nog andere aangeboren afwijkingen aanwezig
  • via een of beide ouders is de aanleg tot schisis doorgegeven. Schisis komt dan bijvoorbeeld voor bij een of beide ouders en/of een of meerdere familieleden.
Zie ook de Erfo-site over erfelijkheid.

3. Een combinatie van oorzaken

Dit komt het meeste voor. Schisis ontstaat meestal door een combinatie van een erfelijke oorzaak en een stoornis tijdens de zwangerschap. Schisis ontstaat dus meestal door meer dan één oorzaak.

Soms heeft een kind behalve schisis ook andere afwijkingen. Het kind kan achter lopen in geestelijke ontwikkeling of afwijkingen hebben aan hart, oren, nieren, enz. Daarom is zorgvuldig onderzoek naar andere afwijkingen bij elk kind met schisis noodzakelijk. Het is belangrijk om dit niet te lang na de geboorte te doen.

Ouders maken zich vaak zorgen over een herhaling bij een eventueel volgend kind. Hoe groot de kans hierop is, is afhankelijk van een aantal factoren. Als u hierover meer wilt weten, kunt u terecht bij een erfelijkheidsdeskundige. U kunt zelf contact leggen of via een specialist uit het schisisteam.

5. WAT IS EEN SCHISISTEAM?

Behalve voor het uiterlijk kan de schisis ook gevolgen hebben voor het gehoor, de spraak, de neus en de ontwikkeling van de kaken en tanden. Diverse specialisten houden zich hiermee gezamenlijk bezig. Zij vormen een team, het zogenoemde "schisisteam". In het team werkt een vaste groep specialisten samen zodat ze op elkaar zijn ingespeeld en op de hoogte zijn van elkaars behandeling. Zo komen ze tot een behandelingsresultaat dat de specialisten afzonderlijk niet kunnen bereiken.

De schisis op zich kan niet ongedaan worden gemaakt. Littekens blijven altijd enigszins zichtbaar. Omdat ieder kind in zijn eigen tempo en op zijn eigen manier uitgroeit, zal de behandeling voor ieder kind individueel worden vastgesteld. Deze zal dan ook niet bij alle kinderen hetzelfde zijn.

Het doel van de behandeling is een eindresultaat te bereiken, waarmee kind en ouders tevreden zijn. Aangezien de kinderen zijn volgroeid tussen het 16e en 20e levensjaar en dan pas het eindresultaat van alle behandelingen duidelijk is, zullen de controles van het schisisteam tot die tijd blijven duren. Veelal met grote tussenpozen, afhankelijk van wat er gedaan moet worden.

 

De volgende specialisten (in alfabetische volgorde) kunnen deel uitmaken van het team:

  • de kaakchirurg is de specialist die langs operatieve weg de kaakspleet en de stand van tanden en kaken corrigeert;
     
  • de keel-, neus- en oorarts (KNO-arts) controleert het gehoor en behandelt oorontstekingen, stoornissen aan het gehoor en problemen met de neus;
     
  • de kinderarts doet lichamelijk onderzoek naar de gezondheid van het kind. Verder kijkt hij of er nog andere aangeboren afwijkingen zijn;
     
  • de logopedist weet veel over problemen van de mond (zuigen, slikken, kauwen) en van stem, taal en spraak en de behandeling daarvan;
     
  • de orthodontist is de tandarts-specialist die met behulp van plaatjes en beugels de stand van de kaken, tanden en kiezen corrigeert;
     
  • de plastisch chirurg opereert de lip en het gehemelte en voert eventueel noodzakelijke lip- en neuscorrecties uit;
     
  • de psycholoog ondersteunt de ouders na de geboorte van de schisisbaby en kan bij problemen van ouders of kind adviezen geven;
     
  • de tandarts controleert de mondhygiëne, geeft adviezen en corrigeert met behulp van allerlei hulpmiddelen (kronen, bruggen, frames, enz.) gebreken aan de tanden en kiezen.
     

In het deel "De Behandeling" vertellen we meer over de behandeling door bovengenoemde specialismen. 

6. DE VERZORGING

Een kind met schisis heeft weliswaar een aangeboren afwijking, maar voor het overige is het een kind als alle andere. Het heeft dan ook een normale verzorging en een normale opvoeding nodig.
Als het kind ziek wordt, zult u de huisarts inschakelen als dat nodig is. Het is heel begrijpelijk dat u sneller bezorgd bent over de gezondheid van uw kind, maar meestal kan uw huisarts u direct helpen. Alle kinderen moeten ook gewoon naar het consultatiebureau waar ze o.a. injecties tegen kinderziektes krijgen. De consultatiebureau-arts geeft tevens adviezen over de samenstelling en hoeveelheden van de voeding die het kind nodig heeft. Het is dus niet zo dat omdat het kind al door zóveel artsen van het schisisteam wordt gezien, in al deze zorgen en adviezen vanzelf wordt voorzien. Het consultatiebureau neemt een onmisbare plaats in bij de algemene verzorging van het kind. 
Het is verstandig het kind, vanaf de leeftijd van tweeëneenhalf jaar, mee te nemen naar de tandarts voor de halfjaarlijkse controles. Bovendien went het kind dan aan deze bezoeken, zodat uw kind er niet meer bang voor is.
Een kind met schisis moet vaak naar het ziekenhuis voor vervelende behandelingen en operaties. Het is daarom niet zo makkelijk om het op te voeden als ieder ander kind. Ouders, maar ook andere mensen in de omgeving zullen het kind meer willen ontzien en verwennen. Toch is het kind daarmee niet geholpen; wèl met liefde, aandacht en steun van de ouders. 

 

—————

Terug